Lendepolder / Helomapolder - Wolvega
- 5 kilometer
Op avontuur in de polder
Pa gaat vandaag met ons mee. Hij is eerder in
dit gebied geweest en weet waar we de auto kunnen parkeren.
Aangekomen bij het toegangsweggetje meldt een bord dat
de Lendevallei nu bereikbaar is via de Domeinenweg. Wij
hebben geen idee waar die Domeinenweg is en pa heeft
dit weggetje altijd genomen dus dat zal nu ook wel lukken.
We stuiteren op en neer en van links naar rechts als
pa zijn auto zigzaggend om de kuilen heen probeert te
sturen.
Normaal gesproken zou je hier de spoorlijn oversteken en de
auto langs de weg kunnen parkeren. Maar nu moet de auto nog
voor de rails geparkeerd worden. Geen wonder dat men tegenwoordig
via een andere weg naar de Lendevallei geleid wordt, de dubbele
overgang is onbewaakt. Het is het eerste obstakel dat door
eigen handelen ontstaat.
Aan het begin van het natuurgebied van It Fryske Gea staat
een watermeter. Daarop kun je zien hoe hoog het grondwater
staat. Op dit moment is het grondwaterpeil te laag, namelijk
60 centimeter te laag om in de groene, goede zone, te staan.
Op het bord staat dat het water van de Lendepolder niet
gekoppeld is aan de boezem (de Lende) maar een eigen peil
heeft dat ’s winters hoog is en zomers laag.
achter de windmolen
Aangekomen bij twee naast elkaar gelegen hekken nemen we
het rechterhek. De route voert ons over een verhoogd graspad
langs ruige velden en bossages. De route staat niet goed
aangegeven. Aangekomen bij een oud sluisje weten we niet
of we rechtdoor of linksaf moeten. Dan maar linksaf een
stukje het bos in. Wanneer we over een plank een slootje
moeten oversteken en weer rechts gaan komen we tot onze
verrassing bij het zelfde sluisje uit.
Dan maken we een kapitale fout. We lopen met de Linde aan
onze rechterzijde naar een windmolen. De route gaat weliswaar
naar links maar we zijn zo als altijd nieuwsgierig. Nog steeds
horen we de snelweg omdat de wind onze kant opstaat. Recht
voor ons is een weiland, slechts van ons gescheiden door
een prikkeldraadje dat wat slap hangt. In de vogelhut hebben
we de route op het bord bekeken en we denken dat het mogelijk
is om via het weiland bij een boerderij te komen om zodoende
uiteindelijk via de andere kant van de Linde terug te lopen.
We zeggen nog tegen elkaar dat we er wel een avontuurlijk
tocht van kunnen maken, gemakshalve om ons schuldgevoel over
het passeren van het prikkeldraad te sussen. Aan de grond
kunnen we zien dat hier regelmatig vee loopt. We denken dat
we zo de Linde wel een stukje kunnen volgen maar na zo’n
200 meter kunnen we niet verder. Besluiteloos staan we te
overleggen. In de verte zien we een boerderij en denken dat
we daar wel kunnen komen en dan via.......... en zo ........
Vooruit dan maar.
wild
Het veld is bijna onbegaanbaar te noemen zo is het stukgetrapt
door koeienpoten. Het is zwaar lopen en het zweet staat
ons in de nek. De boerderij komt steeds dichterbij maar
ook koeien die verderop staan en al is het een ander
weiland, een dicht hek is nergens te bekennen. We komen
dichterbij de koeien en dan zien pa en ik een stier. Op
het zelfde moment ziet hij ons ook en stoot een geluid
uit dat mij niet vriendelijk in de oren klinkt. Eerlijk
gezegd raak ik lichtelijk in paniek. Ik wil hier weg maar
durf niet meer terug te lopen omdat ik bang ben dat de
stier ons achterna komt en dan kunnen we geen kant op.
Ik steek het weiland dwars over op weg naar bosjes, pa en
Tjibbe geen gelegenheid gevend tot overleg. Ze volgen gelukkig
wel, zij het gedwee en licht geërgerd. Bosjes, greppeltje,
bosjes, een weiland en weer bosjes met een bredere greppel
met water erin. Ik spring er overheen en doe een dringend
schietgebedje naar boven dat we alsjeblieft zo weer terugkomen
bij de windmolen waar we ons zo vies vergallopeerd hebben.
Mijn schuldgevoel wordt er niet beter op als uit de bosjes
drie reeën wegspringen. Nog een lang weiland terug naar
de Linde, door wat struikgewas heen en gelukkig daar is de
windmolen. Pas als we het prikkeldraadje weer over zijn gaat
mijn hartslag weer langzaam naar normaal.
Een uur heeft deze escapade geduurd en het is niet bruikbaar
voor de site want dit stuk kan niet in de wandelroute opgenomen
worden. We gaan de gewone route weer volgen. We lopen door
lang gras trapsgewijs langs de Lendevallei. Aan onze linkerzijde
bomen, bossages en wat riet. Geen bankjes om even te zitten
maar aan het einde van de grasweg hangt er een balk over
het pad. Even zitten, wat eten en drinken.
fluitend op een bankje
Het laatste stukje van de wandelroute voert ons naar een
plas, een onderwater gezet stuk land. Direct na het klaphekje
sta ik oog in oog met een Schotse Hooglander en zie dat
er nog een stuk of wat onder een paar bomen liggen. Tjibbe
neemt alle tijd om ze te fotograferen, ik loop alvast door
goed oplettend voor verse Hooglandervlaaien. Bij de plas
staat een bankje. De zon schijnt en we zetten ons neer.
Vogels vliegen af en aan en we horen het gefluit van Smienten.
Andere watervogels zijn druk in de weer. Op ons gemakje,
met de zon op ons gezicht zien we de drukte wat aan.
Het had zo’n onstpannen tochtje kunnen zijn. Eigen
schuld dikke bult, wij weten net zo goed als ieder ander
dat prikkeldraad niet een klaphekje is. Excuses zouden hier
niet misstaan. Aan het Fryske Gea die toch duidelijk op haar
borden zet dat vrij wandelen op paden en wegen is toegestaan,
aan de boer wiens terrein we ongevraagd betreden hebben en
niet in de laatste plaats de reeën die ik met mijn dwarsoverstekende
bewegingen in hun rust verstoord heb. Misschien wil die stier
dan tegen mij zeggen dat hij het echt niet zo kwaad bedoeld
had, dat ik het verkeerd begrepen heb........
|