informatie Lendevallei
De Lendepolder en de Helomapolder worden beheerd door It Fryske
Gea. Ze zijn onderdeel van het natuurgebied De Lendevallei
dat zich aan beide zijden van de weg van Wolvega naar De
Blesse bevindt. U bereikt de Lendepolder als u van Wolvega
naar De Blesse rijdt na de brug de afslag naar links te
nemen de Domeinenweg in. U kunt vrij wandelen over de paden.
Er zijn Schotse Hooglanders aanwezig. De Helomapolder is
tijdens het broedseizoen niet toegankelijk. Altijd bereikbaar
is vogelhut 'Blauwborst' waar ook een informatiepaneel
te vinden is.
geschiedenis Lendevallei
De Lendevallei is ook weer zo’n typisch turfgebied
waar vanaf de 18e eeuw turfwinning plaatsvond. Er werden
petgaten uitgegraven en de turf werd vervoerd over het
riviertje de Lende. Het kronkelende riviertje werd in de
jaren 20 van de vorige eeuw rechtgetrokken om zodoende
de turf gemakkelijker en sneller te kunnen afvoeren en
het dorp Noordwolde voor vrachtschepen bereikbaar te houden.
De Lendevallei is ontstaan na de laatste ijstijd zo’n
150.000 jaar geleden.
Het klimaat werd milder, het grondwater stond hoog. Er
ontstond een weelderige plantengroei, ideale omstandigheden
voor de vorming van veen. Na de turfwinning werden vele
landen via de werkverschaffing gebruiksklaar gemaakt voor
landbouw. Petgaten werden dichtgegooid. Redding kwam door
de herontdekking van de Grote vuurvlinder, het gebied werd
daardoor als zeer waardevol natuurgebied beschouwd. Ook
werd de aanwezigheid van visotters gesignaleerd.
Vroeger kwam er een zeer hoge concentratie ijzer voor in
het veen zodat het veen een tijdje zijn geld opbracht door
transport naar de Hoogovens in IJmuiden.
De polders waren tot de jaren 90 als landbouwgrond in gebruik.
Na de aankoop door It Fryske Gea werd de bemaling stopgezet
zodat de Lendepolder onder water kwam te staan en een paradijs
voor watervogels werd.
In een rapport uit 2004 van SOVON staat dat er in dat jaar
87 soorten broedvogels in de Lendevallei zijn genoteerd.
Nu de terugkomst van de otter nog.
smienten
Smienten zijn watervogels die we vinden in meren waar een
rijke onderwater- of drijvende vegetatie aanwezig is. De
mannetjes hebben een gele vlek op het verder rode voorhoofd.
Een smient maakt het zich gemakkelijk. Al slobberend -ook ’s
nachts- vullen ze hun maag. Slapen doen ze op grote watervlakten.
De smient is voornamelijk een wintergast, als broedvogels
zijn ze niet in grote getale aanwezig. Als de winter hier
te streng wordt trekken de vogels zuidwaarts. Het geluid
van de smient is duidelijk herkenbaar aan het fluitend
geluid.
|