| |
informatie De Boschplaat
De Boschplaat is in beheer bij Staatsbosbeheer Terschelling.
Vanaf 1970, als twaalfde gebied in Europa, kreeg De Boschplaat
het Europees diploma, een internationale onderscheiding die
niet zomaar wordt toegekend. Iedere vijf jaar wordt bekeken
of het gebied nog aan de voorwaarden voldoet om het diploma
te kunnen verlengen. De Boschplaat beslaat heel oostelijk
Terschelling en is wandelend of fietsend te verkennen. Het
grootste deel van De Boschplaat is niet toegankelijk vanwege
broed- en vogelgebied. Wilt u iets verder het gebied in trekken,
geef u dan op voor een excursie van Staatsbosbeheer. Met
een huifkartocht van Terpstra in Hoorn, kunt u het gebied
ook goed bekijken. Wellicht kunt u uitstappen op het eindpunt,
het Amelander Gat, en dan teruglopen indien u de totale afstand
te lang vindt. Er zijn geen voorzieningen in het gebied.
Bekijk voordat u dit gebied intrekt goed naar de weersverwachtingen,
want schuilen is er niet bij!
geschiedenis De Boschplaat
Zo halverwege de 19e eeuw was de zandplaat
(De Boschplaat) gescheiden van Terschelling door
het Koggediep. Door verzanding van het Koggediep
verheelde De Boschplaat met Terschelling. Het was
toen een kale zandplaat, te vergelijken met de
zandplaat van de Noordsvaarder nu. Eb en vloed
hadden vrij spel en door de vorming van wat duintjes,
waardoor er uitschuring plaatsvond leek het een
kwestie van tijd totdat de plaat weer los zou raken
van Terschelling. Een stuifdijk moest uitkomst
bieden maar de eerste stuifdijk in 1920, gelegd
door de toenmalige beheerder Rijkswaterstaat, was
niet voldoende. Vanaf 1931, nadat er luchtfoto’s
van het gebied zijn gemaakt, begint men met een
nieuwe stuifdijk tussen paal 20 en 29. Via duinopbouw
van schermen van dennentakken om het zand vast
te houden, ontstond er een duinenrij van zo’n
vijf meter boven Amsterdams Peil. Er werd helm
aangeplant dat het zand moest vasthouden en in
de loop der jaren is de duinenrij gegroeid tot
hoogtes van tien tot vijftien meter, compleet met
stuifkuilen en duintoppen.
kwelders
Door de aanleg van de stuifdijk veranderde het karakter van De
Boschplaat in hoog tempo. De Noordzee had er geen vat meer op,
het was enkel de Waddenzee die het gebied een aantal keer per
jaar overstroomde. Slib blijft achter en tegen de nieuwe duinenrij
ontstaat algauw de eerste begroeiing. Op lager gelegen gebieden,
dichter naar de Waddenzee toe, verschijnen pioneersplanten zoals
Engels Gras, Loogkruid, en Zeekraal. Zeekraal met name verdraagt
zout water prima. Waar de kwelder wat hoger is zie je planten,
bijvoorbeeld Lamsoor, die met zout en zoet water kunnen omgaan
via een ingenieus systeem.
vlinders
De Boschplaat is bij uitstek een geweldige
verblijfplaats voor vlinders, er komen maar liefst
zo’n 43 dagvlindersoorten voor. Van de 2.500
soorten nachtvlinders komen er zo’n 600 voor
op De Boschplaat. Het kweldergebied, rijk aan zeekraal,
zeealsem, lamsoor, zeeweegbree en zeeaster, is
een open gebied met grassen en kruiden. Als in
augustus de Lamsoor bloeit zijn dagpauwogen en
kleine vossen van de partij. Het parelmoervlindertje
vraagt weer een andere biotoop. In de hitte, op
kale, zuidelijk gelegen duinhellingen komt het
duinviooltje voor. Hier vindt je de rupsen van
de parelmoervlinder, die overigens op de bedreigde
soortenlijst staat.
brand
15 mei 2004 stond een deel van De Boschplaat
in brand. Het ging om het Jan Thijssenduin (hoog
duin waarvanaf de gehele Boschplaat te overzien
is) en de Berkenvallei. Met man en macht werd gewerkt
om de brand meester te worden. Behalve de brandweer
op Terscheling, blushelikopters van de Koninklijke
Luchtmacht zetten ook loonbedrijven en toeristen
zich in tot behoud van dit uniek natuurgebied.
In de dagen die volgden laaide het vuur nog tweemaal
op. Een zwart geblakerd gebied bleef over. Beheerders
van het gebied maakten zich zorgen of de berken
en beredruif, een kruipende heester die in Nederland
alleen nog maar op Terschelling groeit, weer terug
zouden komen. Ook naar de eikvarens, waarvan zelfs
de wortels verbrand waren, werd halsreikend uitgekeken.
Er is niets door mensenhanden gedaan, de natuur
moest zichzelf herstellen. Anno 2006 zijn de verbrandde
delen allang weer groen, voor een leek is er niets
meer te zien van de brand. Maar pas over enkele
jaren kan bekeken worden of het gebied beschadigd
uit de strijd gekomen is.
lepelaar
De eerste lepelaars verschijnen eind februari in Nederland. De
tropisch uitziende vogels komen dan van Afrika waar ze overwinteren.
De vogel heeft zijn naam te danken aan zijn snavel waarmee hij
visjes en grote waterinsecten naar binnen lepelt. Het aantal
broedparen lepelaars is dankzij beschermende maatregelen weer
toegenomen. Halverwege de vorige eeuw kwam het aantal broedparen
niet boven de tweehonderd uit, nu telt alleen Terschelling al
zo’n 170 broedparen per jaar. |
Karakteristieken
Strandvlakte, stuifdijken, kwelders, vogel- en broedterrein.
Bijzonderheden
Europees Diploma sinds 1970
Grootte
4.440 ha.
Ligging
Oostelijk deel Terschelling
Toegankelijkheid
Vrij toegankelijk op paden, geen voorzieningen |
|