| |
Brandemeer – 6 kilometer
Wandeling rond de Brandemeer
Soms moet je gewezen worden op een natuurgebied omdat het
anders aan je aandacht ontsnapt. We zijn in de Weerribben
en de Rottige Meenthe geweest zonder in de gaten te hebben
dat de Brandemeer onderdeel uitmaakt van deze schakel van
natuurgebieden met verbindingzones richting het Lauwersmeergebied.
Een goede suggestie van een vogelaar die we graag opvolgen.
weren en ribben
Via Echtenerbrug en Langelille rijden we richting Oldelamer,
naar de informatiehut aan het Blokploegpad. De ANWB-paddestoel
(nr. 252680) laat zien dat langs de Brandemeer ook het fietspad
naar Rotstergaast, Joure en Heereveen loopt. Het fietspad
wordt onderbroken door een pontje over de Tjonger.
De wandeling is te volgen via de rode paaltjes en leidt ons
door het laagveen- en moerasgebied. ‘t Is niet
bepaald geweldig weer om te wandelen maar de lichte motregen
die we voornamelijk voelen als we tegen de wind in lopen,
zorgt wel voor een prachtig zachte rilling op het wateroppervlakte
van de in de luwte gelegen bladstille petgaten.
De weren en ribben zijn kenmerkend voor een laagveengebied
en verschilt daarin niet van De Weerribben en de Rottige
Meenthe. We staan stil bij het oude sluisje waarvan er hier
vroeger tientallen bestonden om zo de turf naar buiten de
polder te kunnen vervoeren.
watervogels in de herfst
Er is veel water en dat trekt grote groepen watervogels aan
die hier overwinteren en broeden. We zien zwanen, eenden,
meerkoeten en we horen smienten met hun kenmerkend fluitend
geluid. Het riet wiegt zacht en melodisch in het zuchtje
wind dat langs de pluimen strijkt.
Het is duidelijk dat de herfst is ingezet. Een enkel bloemetje
doet zijn best om nog een beetje kleur aan dit gebied te
geven maar grote grijze pluizebollen maken zich nu op om
hun zaadjes via de wind te verspreiden. Verdroogde bramen
hangen als bruine trosjes in het laatste groen aan de struik.
De paden worden omgeven met riet dat onderdeel uitmaakt
van het verlandingsproces. Indien de petgaten niet regelmatig
opgeschoond worden vinden op den duur de wortels van berkenbomen
en elsen een vaste bodem en zou het gebied langzamerhand
veranderen in bos.
nieuwe kijkhut
Als we om het meertje, dat het verste weg ligt vanaf het
beginpunt, gelopen zijn, wacht ons een lang, recht pad. Hoog
riet aan onze linkerzijde maakt dat we geen zicht hebben
op wat er achter ligt. Dat geeft niet, we hebben al een goed
beeld gekregen. We gaan over het bruggetje en nu loopt het
pad langs de weg. Het pad is verhoogd, dus het uitzicht is
weer terug.
Uiteraard gaan we naar de uitkijkhut die hier staat. Het
berkenpaadje naar de kijkhut kleurt al behoorlijk geel en
blaadjes dwarrelen langs, of via, ons naar beneden. Het is
een nieuwe kijkhut, de oude is geheel afgebrand. Veel watervogels
zien we niet. Het lijkt wel of ze zich achterin het gebied
verzameld hebben. Zou ik ook doen met dit weer, een beetje
gezelligheid opzoeken.
De wandeling eindigt bij het informatiehuisje. Dikke plakken
modder en gras is in de profielen van onze schoenen geperst.
Na wat heen en weer glijden op het hoge gras om de ‘natuur’ de
laten waar ze hoort, gaan ook wij op weg naar de gezelligheid.
Niet, zoals de vogels buiten, in het water, in de regen.
Maar binnen, lekker nagenieten met de foto’s, de
haard aan en een kop hete thee. |
|