| |
informatie Brandemeer
De Brandemeer is een laagveen- en moerasgebied en ligt tussen
Oldelamer en Munnekeburen in en ligt ten zuidwesten van Wolvega.
Je kunt vrij wandelen over wegen en paden. Er wordt uitdrukkelijk
gevraagd hier niet vanaf te wijken in verband met rustverstoring
van overwinteraars en broedvogels. Het gebied is, net als
de Rottige Meenthe, in beheer bij Staatsbosbeheer. Het is
mogelijk om de wandeling van de Rottige Meenthe uit te breiden
met de wandeling rondom de Brandemeer. Dit is dan zo’n
15 kilometer in totaal. Deze route wordt aangegeven. Bij
het sluisje is een picknickplaats.
geschiedenis Brandemeer
De Brandemeer is ontstaan in de 19e en 20e eeuw door turfwinning.
Vele sluisjes in de vaart, allemaal eigenaar van een veenboer,
zorgden ervoor dat de turf naar de polder kon worden vervoerd.
Later werd een groot deel cultuurgrasland. Aan de oostzijde
ligt het oorspronkelijke Brandemeer, nu een oude zandwinningsput.
In 1968 werd dit meertje aangekocht door Staatsbosbeheer
terwijl in de 70-er jaren vanwege de ruilverkaveling de
rest van het natuurgebied in handen kwam van Staatsbosbeheer.
Ecologische Hoofdstructuur (EHS)
Er is een tijd geweest dat natuurgebieden op zichzelf stonden.
Een gevolg daarvan was dat bepaalde planten en dieren uitstorven
door de geïsoleerdheid van deze gebieden waardoor de
biodiversiteit terug liep. In 1990 werd begonnen met de EHS.
Doel van de EHS is het vergroten, verbinden en verbeteren
van de natuurgebieden, die uit zowel land als grote wateren
zoals de Waddenzee bestaan. Soorten die in de natte verbinding
thuis horen zijn de otter die te vinden is in De Weerribben
en de grote vuurvlinder die aanwezig is in de Rottige Meenthe.
Om de dieren de kans te geven over te steken naar een ander
natuurgebied zijn bijvoorbeeld wilduittreedplaatsen aangelegd
aan de oevers van de Tjonger zodat het verdrinkingspercentage
van dassen en reeën sterk is afgenomen.
bramen (Rubus fruticosus)
De gewone braam of bosbraam groeit onder allerlei omstandigheden
in het bos of aan de bosrand. In duingebieden groeit de braam
vaak nabij duindoorns die handig gebruik maken van de humus
die wordt gevormd door het bladafval. Bramen vinden we ook
langs spoorwegen en bermen. De bladeren hebben stekels aan
de onderkant en ook de stengels hebben flinke stekels. De
plant wordt zo’n anderhalf tot drie meter hoog. In
juli en augustus bloeien de bloemen, wit of roze waarna de
vruchten ontstaan die eerst groen, dan rood en tenslotte
donkerblauw/rood worden. De vrucht wordt gegeten maar ook
wel gebruikt om wol rood te verven. Rupsen van de Witvlakvlinder
gebruiken de blaadjes van de braam terwijl de braamsluiper
zijn nest van takjes maakt in deze struik met doorns. |
Karakteristieken
Open water, hooiland, veengebied, moerasbos.
Bijzonderheden
Natuurgebied met weidevogelgebied waar o.a. grutto, kievit
en wulp leven.
Grootte
450 ha.
Ligging
Tussen Oldelamer en Munnekezijl, ten zuidwesten van Wolvega.
Toegankelijkheid
Vrij wandelen over paden en wegen. |
|