| |
informatie Lauwersmeer
In november 2003 werd het Lauwersmeergebied uitgeroepen tot
het Nationaal Park Lauwersmeer vanwege de bijzondere betekenis
van dit gebied. Er is een overlegorgaan van de samenwerkende
partijen waar het Beheer- en inrichtingsplan wordt opgesteld.
Staatsbosbeheer beheert ongeveerd de helft van het 9000 ha
tellende natuurgebied.
Er zijn vele wandel- en fietsroutes uitgezet in de verschillende
deelgebieden. Onze 5 kilometer wandeling is in het Ballastplaatbos
vlakbij Bungalowpark Suyderoogh.
De wandelroute gaat grotendeels over gras en door het bos,
bankjes komen we weinig tegen.
geschiedenis Lauwersmeer
Zo’n 2.500 jaar geleden woonden hier de eerste mensen
op terpen (verhoging in het landschap) om zich tegen de golven
van de zee te beschermen. De Lauwerszee was toen een inham
van de Waddenzee en eb en vloed hadden vrij spel. Het aantal
bewoners nam toe en er ontstond behoefte aan meer ruimte. Rond
1.000 jaar na christus begon men met de aanleg van dijken om
zodoende land in te polderen voor bewoning en landbouwgrond.
De Kerstvloed van 1717 kostte het leven van honderden mensen.
Ook de watersnoodramp in 1953 in Zeeland bracht de nodige beroering.
Zwakke en lage dijken van de Lauwerszee waren al jaren onderwerp
van discussie. Maar er was meer dan alleen de kwestie van de
dijk ophogen, ook de waterafvoer van de noordelijke provincies
moest worden geregeld. In 1961 werd een definitief plan gemaakt
dat resulteerde in de bouw van een afsluitdijk die in 1969
van de Lauwerzee het Lauwersmeer maakte. Eb en vloed verdwenen
waardoor hoger gelegen gronden niet meer onder water liepen.
Hier ontstonden natuurgebieden, landbouwgronden en militair
oefenterrein.
oeverzwaluw (Riparia riparia)
Aangezien de oeverzwaluw op de rode lijst staat worden de nodige
voorzieningen getroffen om de populatie weer te vergroten.
In de aangelegde steile wanden in bijvoorbeeld het Lauwersmeergebied
graaft de oeverzwaluw een nesthol dat 40 cm tot 1.60 m. diep
kan zijn. Indien er voldoende insekten rondvliegen dan is is
er voldoende eten voorhanden. Het zwaluwtje is zo’n
12 cm en 14 gram, is te herkennen aan de bruine kleur aan de
bovenzijde. De keel en buik zijn wit terwijl de borstrand ook
bruin is. Aan de pootjes zitten stevige veertjes zodat het
oppervlakte wordt vergroot en er meer zand weggewerkt kan worden.
In augustus/september trekt de oeverzwaluw naar Afrika om in
april/mei weer terug te keren.
duindoorn (Hippophae rhamnoides)
Geen wonder dat deze struik niet om visite verlegen zit. Als
de oranje besjes rijp zijn, zijn het behalve vitamine C-bommetjes
echte dorstlessers. Vogels behoren dan ook tot de trouwe bezoekers.
Duindoorn is te vinden in de duinen en heeft zowel een mannelijke
als een vrouwelijke variant. De duindoorn krijgt aan het einde
van het voorjaar smalle, grijsgroene bladeren en kan wel
een halve meter per jaar groeien. Het zijn de vrouwelijke struiken
die in het najaar de prachtig oranje gekleurde bessen dragen.
De struik is gemakkelijk te herkennen aan de doornige takken
waar tussen kleine vogeltjes ook wel bescherming zoeken tegen
hun belagers. |
Karakteristieken
Open water en ruige graslanden; loofbossen; orchideevelden;
ondiepe waterpartijen en brede rietkragen.
Ligging
Aan de Waddenzee, op de grens van Friesland en Groningen.
Bijzonderheden
Pleisterplaats voor talloze (trek)vogels; bijvoorbeeld
de brandgans, de slechtvalk en de zeearend; leefgebied
van ree, vos, hermelijn en spitsmuis.
Grootte
9.000 ha, waarvan ca. 5.000 ha wordt beheerd
door Staatsbosbeheer. |
|