| |
informatie Noordsvaaarder
De Noordsvaarder is een Staatsnatuurmonument sinds 1924 en wordt
beheerd door Staatsbosbeheer. De grote zandbank vond in 1866
aansluiting met het eiland en beslaat het gebied van West
Terschelling tot paal 8. Voor meer informatie en geschiedenis
zie Noordsvaarder
I.
het Vlie
Deze geul tussen Vlieland en Terschelling is onderhevig aan de
getijden en perst zich tussen de beide eilanden door. Het is
een plaats waar vroeger de vrije Friezen zich de Vikingen van
het lijf hielden. Later was het een belangrijke vaarweg om vanaf
de zee naar de langs de Zuiderzee gelegen handelssteden te varen.
In een topografische atlas uit 1990 staat dat het Vlie op een
punt zo’n veertig meter diep is. De zandbodem verplaatste
zich nogal eens waardoor Terschelling soms minder goed te bereiken
was. Tegenwoordig wordt de verzanding tegengegaan door baggerwerkzaamheden,
maar nog steeds staat het Vlie bekend als een geul waar de schipper
de aandacht er goed bij moet hebben.
militair oefenterrein Noordsvaarder
Na de Tweede Wereldoorlog werd een deel van de Noordsvaarder
ingericht als schietrange, een oefenterrein voor de luchtmacht.
Om een idee te geven van de hoeveelheid vluchten in een jaar,
in 1989 werden 2.498 vluchten uitgevoerd op de Noordsvaarder.
In 1996 is het schietterrein samengevoegd met de schietrange
van Vlieland, de Vliehors. Het gebied is zo goed mogelijk schoongemaakt
en ontdaan van onontplofte projectielen maar er liggen nog veel
metalen.
brandschatten en plundering
Terschelling is van hand tot hand gegaan via verkoop, vererving
of bezetting. Het eiland hoorde bij Friesland toen weer bij Noord
Holland totdat in 1951 de Nederlandse regering het officieel
bij Friesland voegt.
Terschelling viel ten prooi aan plunderaars en brandschatters.
In 1373 kwam Willem van Naaldwijk naar het eiland en nam ‘zijn’
deel terwijl in 1397 Gerrit van Egmond recht dacht te hebben
op schatting (belasting) onder bedreiging van brand.
In 1569 overvielen de watergeuzen Midsland en Striep maar in
1572 maakten de Spanjaarden een geuzenschip buit (eten en gegeten
worden) en overnachtten met hun gevangenen op Terschelling. Deze
werden naar Groningen gebracht en daar onthoofd.
Er waren ook een aantal oorlogen met de Engelsen. Zeeslagen om
de heerschappij op zee. Het water rond Terschelling was een belangrijke
transportweg voor handelslieden en koopvaarders. In 1666 verborg
de Nederlandse vloot zich in een gevaarlijke zee-arm. De Engelsen
durfden niet te volgen maar vernamen dat er koopvaardijschepen
in het Vlie lagen, wachtend op gunstige weersomstandigheden om
uit te varen. Op 19 augustus werden bijna alle koopvaardijschepen
in brand gestoken en een dag later werd West Terschelling door
de Engelsen geplunderd en in brand gestoken.
In de Tweede Wereldoorlog werd Terschelling bezet door de Duitsers.
Op het eiland zijn daar nog sporen van te vinden zoals de vele
bunkers.
zandkokerworm
Een worm die in een eigengemaakte koker leeft. Het deel dat boven
het zand uitsteekt bestaat uit een slappe koker van slijm met
zandkorrels. De zandkokerworm heeft twee tentakels. Als het water
hoog wordt zoeken de tentakels algjes op de bodem. De trilhaartjes
binnen in de koker zorgen ervoor dat de algjes de worm bereiken.
De kokertjes kunnen wel tot 11 cm lang worden en als de wind
ze onder blaast kunnen ze zelfs nog een beetje groeien.
schelpdieren
Er zijn schelpdieren die zich ingraven en via levensbuizen (sifo’s)
hun voedingsstoffen verkrijgen. Het is een soort van filtratiesysteem.
Via de ene sifo wordt het water met voedingsstoffen opgezogen
waarna de afvalstoffen via de andere buis afgevoerd worden. Een
voorbeeld hiervan is de kokkel die vlak onder de oppervlakte
leven. Gemiddeld filtreert een 3-jarige kokkel zo’n halve
liter water per uur. Dat betekent, gezien het aantal kokkels,
dat het water van de Waddenzee in enkele weken tijd gefiltreerd
wordt.
Dat betekent dat, gezien het aantal kokkels, het water van de
Waddenzee in enkele weken tijd gefiltreerd wordt.
Een andere schelp is de platte slijkgaper, een platte, ronde,
dunschalige schelp die tot zo’n 5 cm lang wordt. Deze schelp
zuigt met de ene sifo langs het bodemoppervlak om op die manier
voedsel te verkrijgen om dat vervolgens weer via de andere sifo
af te voeren.
bron o.a. Reisgids voor Terschelling, Bauke Boomstra & Piet
Lautenbach.
|
Karakteristieken
Strandvlakte, stuifdijken, kwelders, duinmeren.
Bijzonderheden
Staatsnatuurmonument (1924).
Grootte
650 ha.
Ligging
Westelijk deel Terschelling
Toegankelijkheid
Vrij toegankelijk op paden, geen voorzieningen |
|