| |
informatie Rottige Meenthe
In 1915 herontdekte men de grote vuurvlinder in Nederland. In
1955 werd de grote vuurvlinder gesignaleerd in de Rottige
Meenthe. Voor Staatsbosbeheer was dit één van
de redenen om een deel van dit terrein aan te kopen. Inmiddels
is het natuurgebied uitgebreid naar 1295 ha.
De parkeerplaats ligt aan de Pieter Stuyvesantweg in het dorp
Nijetrijne tussen Wolvega en Kuinre, een paar honderd meter ná
de brug over de Helomavaart aan de rechterkant als je vanaf Wolvega
komt. Hier staat een informatiebord. In het gebied staan enkele
bankjes.
geschiedenis Rottige Meenthe
In de Middeleeuwen vestigden zich boeren aan het nu nog bestaande
Voetpad, dat het gebied aan de westkant begrensd. De boeren ontgonnen
het land en verbouwden rogge en haver. Het vee vond een andere
plek, namelijk bij het water de Linde aan de zuidgrens van de
Rottige Meenthe. In de 19e eeuw begon de turfwinning. Het patroon
van petgaten en ribben is nog goed te zien. De turf werd afgevoerd
langs de Scheene en de Helomavaart die toen gegraven werd. Waar
deze wateren elkaar kruisen is het sluisje uit 1914 te vinden.
Zoals op zoveel plekken ging men tot het uiterste. De gaten werden
te groot, de ribben te smal. Harde wind zorgde ervoor dat ribben
uiteensloegen en er ontstond dreiging van het water. Molens moesten
ervoor zorgen dat de bewoners uit omliggende dorpen droge voeten
hielden. Na de turfwinning begon men met het winnen van riet.
De Rottige Meenthe is onderdeel van een aaneenschakeling van
natuurgebieden waaronder Nationaal Park De Weerribben.
grote vuurvlinder
De grote vuurvlinder is zeldzaam en leeft in de aangesloten gebieden,
waaronder de Rottige Meenthe in de grensstreek van Friesland
en Overijssel. De vlinder zet haar eitjes af op de bladeren van
waterzuring waar de rupsjes van eten. Voedsel vindt de grote
vuurvlinder in de nectar van koningkruid, echte valeriaan, grote
kattenstaart, moerasrolklaver en kale jonker. De rupsjes overwinteren
onderaan de waterzuringplanten tussen verdorde bladeren. In juni
verpopt de rups. De grote vuurvlinder vliegt in juli en augustus.
Het zijn vooral de mannetjes die opvallen door hun glanzende
oranje bovenkant.
krabbescheer
Krabbescheer is een snelgroeiende waterplant. In de winter ligt
de plant op de bodem en zomers, als de bloemen gaan komen, komt
de plant naar de oppervlakte. De plant groeit meest aan de luwkant
van water of in water of plassen die niet al te diep zijn. De
bloemetjes zijn klein en wit. Krabbescheer is een goede nestplaats
voor zwarte sterns die in de loop van de laatste eeuw behoorlijk
in aantal achteruit zijn gegaan. Ook de groene glazenmaker is
blij met de plant omdat zij bijna uitsluitend daar haar eitjes
op afzet. Krabbescheer heeft rozetten en bladeren die puntig
zijn en tot zo’n 40 cm lang kunnen worden. Krabbescheer
wordt geassioceerd met schoon water omdat zij alleen in water
van goede kwaliteit gedijt.
|
Karakteristieken
Laagveenontginningsgebied, ruigte, moerasbos.
Bijzonderheden
Natuurreservaat en vogelbroedterrein.
Grootte
1295 ha.
Ligging
Gemeente Weststellingwerf, aan beide zijden van de Pieter
Stuyvesantweg bij Nijetrijne.
Toegankelijkheid
Vrij wandelen over paden. Natuurreservaat niet vrij toegankelijk. |
| |
|