| |
informatie De Wieden
Natuurmonumenten, een onafhankelijke vereniging ter bescherming
en beheer van natuur, is eigenaar van De Wieden. Zij
kochten het eerste deel van dit cultuurhistorische landschap
in 1934. Het bezoekerscentrum staat in het nabij gelegen
St. Jansklooster. In het gebied kun je vrij wandelen over
wegen en paden. Er is ook een kanoroute door het gebied van
maar liefst 11 km. Het is over het algemeen drassig door
de hoge waterstand. Goede waterdichte, hoge loopschoenen
of laarzen zijn absoluut noodzakelijk. Er zijn geen voorzieningen
in het gebied. Doordat er een bescheiden gele streep op de
paaltjes staat, is het af en toe even zoeken naar het volgende
paaltje. In het algemeen wijst het zich vanzelf door het
enigzins platgetrapte gras.
geschiedenis De Wieden
Ook dit gebied, net zoals heel Nederland bestond voor de derde
ijstijd geheel uit water. De rivier de Rijn zette overal haar
klei af. Toen de derde ijstijd aanbrak, zo’n 200.000 jaar
geleden, ontstond er door stuwing een golvend landschap met enkele
hoge heuvels. Zie bijvoorbeeld bij onze wandeling De Woldberg,
de hoogste heuvel in de Kop van Overijssel. In de kommen kon
het water moeilijk wegkomen vanwege het keileem. Moeras- en waterplantenafval
zorgden voor de rest zodat er veen ontstond dat in latere tijden
afgegraven werd en als brandstof werd gebruikt. In de Wieden
is goed te zien dat de ribben, waarop het veen gedroogd werd
te smal werd voor de brede petgaten waaruit het veen gewonnen
werd. Bij harde wind sloeg het water de ribben kapot en ontstonden
er wijden (vandaar De Wieden) watervlakten. Nu maakt De Wieden
deel uit van de Ecologische Hoofdstructuur, een netwerk van gebieden
in Nederland waar de natuur voorrang heeft en verbindingen tussen
natuurgebieden gemaakt worden zodat planten en dieren niet langer
in geïsoleerde gebieden leven en daardoor met uitsterving
bedreigt worden.
Ringslang (Natrix natrix)
In De Wieden is de ringslang te vinden. Deze slang houdt van
een natte omgeving en regelmatig zie je ze zwemmen of zich opwarmen
in de zon op een paadje. Ze zijn herkenbaar aan een zwart-gele
ring direct achter de kop. De slang zelf is meestal olijfkleurig
maar de kleur neigt ook wel naar bruin of grijs. Terwijl mannetjesslangen
tot 85 cm lang worden, worden vrouwtjes gemakkelijk 120 cm. De
ringslang zoekt in oktober een overwinteringsplek voor de winterslaap
om daarna in maart de zon op te zoeken zodat zij, eenmaal opgewarmd,
op jacht kunnen naar voedsel. Ringslangen eten voornamelijk kikkers,
padden en kleine zoogdieren. In het voorjaar vindt ook de paring
plaats. De eieren worden in broeihopen van organisch materiaal
afgezet. Deze organische materialen zorgen voor een natuurlijk
afbraak waarbij de composthoop voor de eieren een goede luchtvochtigheid
en de juiste temperatuur verkrijgt ook wel broei genoemd. Als
de jongen in augustus/september uit het ei komen zijn ze zo’n
15 tot 20 cm lang. Ringslangen zien erg slecht maar dit wordt
ruimschoots vergoed door gevoelige zintuigcellen in de tong,
de neus en het verhemelte. |
Karakteristieken
Laagveenmoeras met petgaten en ribben, elzenbroek- en
wilgenbos.
Bijzonderheden
Belangrijkste laagveenmoeras-gebied van West-Europa.
Grootte
5.995 ha.
Ligging
Overijssel, tussen Wanneperveen en Doosje.
Toegankelijkheid
Vrij wandelen wegen en paden. Watervogelreservaat vanaf
de dijk en vanuit de kijkhut goed te overzien. |
|